Als één prik je daarvan kan helpen.. dat je gewoon nog kan lopen, kan plassen, kan horen.

Het verhaal van Terry (15)

(Een jongeman in een rolstoel rijdt naar een sportcomplex toe. Hij heeft een winterjas aan en draait met z'n handen rustig de wielen van z'n rolstoel rond. Op een voetbalveld verschijnt naast hem de tekst: Het verhaal van Terry. Jan Versteegh:)

RUSTIGE MUZIEK

JAN VERSTEEGH: Ik ben in Castricum, waar ik heb afgesproken met Terry.

(Aan een tafel in een huis.)

Terry, als ik naar jou kijk, is het eerste wat opvalt dat je in een rolstoel zit.
Hoe komt dat?
TERRY: Ik heb de meningokokkenbacterie opgelopen.
Daardoor heb ik een hersenvliesontsteking gehad.
Maar de bacterie is ook naar mijn ruggenmerg gegaan en daardoor heb ik een dwarslaesie.
En dat houdt in dat je ruggenmerg is ontstoken of gebroken in ieder geval dat de zenuwen in je rug naar de rest van je onderlichaam niet meer werken of niet meer goed werken.
Daardoor kan ik nu niet meer lopen, niet meer staan en heb ik een rolstoel nodig.
Wat gebeurde er dan? Kreeg je griep of...
Ik kreeg koorts thuis. We dachten: het is gewoon koorts.
Toen werd het erger en erger, zijn we naar de huisarts gegaan.
Euh... Die dacht dat het een buikgriep was.
En toen later thuis viel mijn gehoor weg, daar heb ik nu nog steeds last van.
Maar toen belden mijn ouders meteen van: het klopt niet, buikgriep met geen gehoor.
En toen is meteen een ambulance gekomen en ben ik naar het ziekenhuis gebracht.
Toen werd vastgesteld dat ik de meningokokkenbacterie had.
Ben je dan niet bang?
-Van het moment zelf weet ik niks meer.
Ik was toen, denk ik, al half van de wereld.
Ik heb geen idee van hoe het toen was, maar wel toen ik uit coma ontwaakte toen ik te horen kreeg dat ik meningokokken had toen was ik wel bang. Ik dacht meteen: daar ga je dood aan, toch?
Want ik was de week voordat ik naar Oxford ging, met vrienden op een feestje en daar hadden we het er nog over van hebben jullie gehoord van die nieuwe ziekte?
Die bacterie kan je krijgen als je uit iemands beker, glas, flesje drinkt.
Laten we dat maar niet doen, want wie weet.
En dan toch, die week daarop is het toch raak.
Maar als één zo'n prikje je kan helpen dat je gewoon nog kan lopen, plassen, horen, waarom niet?
Ja, ik vind het raar als je het niet doet.

(Beeldtekst: Haal die prik tegen meningokokkenziekte. Deelditnietmetjevrienden.nl.)

DE RUSTIGE MUZIEK SPEELT VERDER TOT HET EIND VAN DE VIDEO

Deze video is eigendom van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en mag niet zonder toestemming worden verspreid.

Terry was dol op voetbal. Tot voor kort was hij minstens vier keer per week op het voetbalveld in Castricum te vinden. Maar nu zit hij in een rolstoel. Door een hersenvliesontsteking zal hij misschien nooit meer kunnen lopen. Maar opgeven doet hij niet.

Boze droom

De dokters weten het niet; ze durven geen voorspellingen te doen over mijn herstel. Misschien dat ik ooit weer opsta uit deze rolstoel. En weer zonder hulp of rollator kan lopen. Weer staand kan douchen. Of fietsen. Maar nu moet ik het doen met deze wielen. Het is bizar als ik terugdenk aan september vorig jaar, toen ik nog gewoon kon voetballen, rennen, traplopen. Wie had toen gedacht dat ik een paar weken later bij alles hulp nodig zou hebben? Het voelt gewoon nog zo onwerkelijk. Alsof ik ieder moment wakker kan worden uit een boze droom.

Alarmbellen

Ik heb de meningokok opgelopen tijdens een schoolreisje in Oxford, Engeland. Dat wist ik toen natuurlijk nog niet. Toen ik weer thuis was, kreeg ik koorts. Mijn ouders maakten zich toen nog niet zoveel zorgen; ik was gewoon moe van de schoolreis. Toen ik zieker werd, ben ik naar de huisarts gegaan. Zij dacht dat het een buikgriepje was. Pas toen ik ineens niet meer kon horen, gingen de alarmbellen rinkelen. De ambulancebroeders vertrouwden het niet en zijn direct met me naar een groot ziekenhuis gereden. Dat is waarschijnlijk mijn redding geweest.

Toen ik ineens niet meer kon horen, gingen de alarmbellen rinkelen.

Op een briefje

Bijna 3 weken heb ik in het ziekenhuis gelegen, waarvan de eerste 6 dagen in coma. Ik weet daar niets meer van. Toen ik wakker werd, kon ik nog steeds niet horen. Ook praten en zien lukte niet goed. En ondertussen wist ik nog stééds niet wat ik mankeerde. Gelukkig wisten de dokters dat wél. Mijn ouders hebben op een briefje geschreven dat ik besmet was geraakt met de meningokokbacterie en lieten me dat zien. Ik schrok enorm, want had op tv gehoord over deze ziekte. Daar kon je aan doodgaan toch? Gelukkig was ik er nét op tijd bij, ik ben door het oog van de naald gekropen.

Kamer in de tuin

Na een revalidatie van 4 maanden ben ik blij dat ik thuis ben. Met mijn ouders en zusje, in mijn eigen omgeving, met vrienden in de buurt. Maar hetzelfde als vroeger is het niet. Ik kan bijvoorbeeld niet naar mijn eigen kamer boven; we hebben geen traplift. Ik slaap dus in de woonkamer, achter een gordijn. Gelukkig wordt er nu een kamer voor mij in de tuin gebouwd, zodat ik weer een plek voor mezelf heb. Ik wil gewoon dóór met mijn leven, die bacterie heeft nu genoeg kapot gemaakt.